Het submenu bestaat uit opdrachten om een selectie te converteren naar een “zwevende selectie”.
Een zwevende selectie (soms ook wel een “zwevende laag” genoemd) is een type tijdelijke laag die in zijn functie soortgelijk is aan een normale laag, behalve dat, voordat u door kunt gaan met werken aan andere lagen in de afbeelding, een zwevende selectie moet worden verankerd. Dat is, u moet het verbinden met een normale (niet-zwevende) laag, gewoonlijk de originele laag (die welke eerder actief was), of er een nieuwe laag van maken.
|
Belangrijk |
|---|---|
|
U kunt geen bewerkingen uitvoeren aan andere lagen als de afbeelding nog een zwevende selectie heeft! |
U kunt verschillende bewerkingen gebruiken om de afbeeldingsgegevens in de zwevende selectie te wijzigen. Er kan per keer slechts een zwevende selectie in een afbeelding zijn.
|
Tip |
|---|---|
|
Als u de grenzen van de laag weergeeft met de opdracht Laaggrens tonen, zou u moeilijkheden kunnen krijgen bij het selecteren van een precies gebied van de afbeelding, dat u in een laag wilt. U kunt, om dit probleem te vermijden, een rechthoekige selectie maken, die transformeren naar een zwevende selectie en die verankeren aan een nieuwe laag. Verwijder dan eenvoudigweg de originele laag. |
De opdrachten van het submenu “Zwevend” worden hieronder beschreven.
De opdracht “Knippen en doen zweven” knipt de selectie van de afbeelding uit de laag en converteert die naar een zwevende selectie.
De opdracht uitvoeren
U kunt deze opdracht uitvoeren vanuit het hoofdmenu met → → .
U kunt ook de sneltoets voor het toetsenbord Shift+Ctrl+L gebruiken.
De opdracht “Kopiëren en doen zweven” kopieert de selectie van de afbeelding uit de laag en converteert die naar een zwevende selectie.
De opdracht uitvoeren
U kunt deze opdracht uitvoeren vanuit het hoofdmenu met → → .
Sommige bewerkingen van een afbeelding maken automatisch een zwevende selectie:
De bewerkingen “plakken” Buffer plakken, Buffer plakken in de originele positie, Buffer in selectie plakken, Buffer in de selectie plakken in de originele positie, Plakken als zwevende selectie of Plakken op dezelfde positie als zwevende selectie of Plakken in selectie of Plakken op de positie van de selectie als zwevend, ook een zwevende selectie maken.
In addition, all the Transform tools: Unified Transform, Rotate, Scale, Shear, Flip, Perspective, 3D Transform, and Handle Transform, create a floating selection when they are used on a selection, rather than a layer. When the Transform mode is Layer and a selection already exists, these tools transform the selection and create a floating selection with the result. If a selection does not exist, they transform the current layer and do not create a floating selection. (If the Transform mode is Selection, they also do not create a floating selection.)
Door een selectie te klikken-en-slepen met ingedrukte Ctrl+Alt, of Shift+Alt-toetsen (bekijk Paragraaf 2.1, “Een selectie verplaatsen of van grootte veranderen”) kunt u ook automatisch een zwevende selectie maken.
U kunt een zwevende selectie op verschillende manieren verankeren:
U kunt de zwevende selectie verankeren aan de huidige laag waaruit de selectie afkomstig is. Kik, om dat te doen, ergens op de afbeelding, behalve op de zwevende selectie. Dat voegt de zwevende selectie samen met de huidige laag.
Gebruik de opdracht Zwevende laag verankeren (Ctrl+H).
Door te klikken op de knop van het anker
van het dialoogvenster Lagen, dat verschijnt als ze zwevende selectie wordt gemaakt, in plaats van het standaard pictogram Lagen samenvoegen.
Gebruik de opdracht Naar nieuwe laag command ( Shift+Ctrl+N) om de zwevende selectie om te schakelen naar een nieuw gemaakte laag.