Naast de normale rasterlagen zijn er een verscheidene laagtypen voor speciale doelen beschikbaar in GIMP.
Tekstlagen worden gebruikt om tekst aan uw afbeelding toe te voegen. Een tekstlaag maag een of meer lettertypen voor de tekst gebruiken, als ook andere teksteigenschappen. Voor het toevoegen van een nieuwe tekstlaag gebruikt u het gereedschap Tekst.
Vectorlagen zijn lagen die zijn gebaseerd op paden, met hun eigen instellingen voor vulling en lijnen, die op elk moment bewerkt kunnen worden. Voor het toevoegen van een nieuwe vectorlaag moet u eerst een pad maken met het gereedschap Pad en dan de knop gebruiken in de gereedschapsopties van het gereedschap Pad om een vectorlaag uit dat pad te maken.
Koppelingslagen verbinden een laag in uw afbeelding met een elders op uw computer beschikbare externe afbeelding of een verbonden apparaat. Dat kan zijn voordelen hebben als u dezelfde afbeelding in meerdere projecten gebruikt, bijv. een logo.
Wanneer een externe afbeelding wordt bijgewerkt, detecteert GIMP automatisch de wijziging en werkt de versie die u als koppelingslaag gebruikt ook bij. Elke afbeelding die GIMP kan laden mag worden gebruikt als een koppelingslaag.
Een belangrijk ding om aan te denken bij het gebruiken van koppelingslagen is dat de externe afbeelding op dezelfde locatie beschikbaar moet blijven, of GIMP zal niet in staat zijn uw afbeelding, die u gebruikt als koppelingslaag, bij te werken.
Standaard wordt de locatie van de externe afbeelding relatief opgeslagen ten opzichte van de locatie van de afbeelding waarin u het als koppelingslaag hebt opgenomen. Wat betekent dat u uw afbeelding naar ergens anders kunt verplaatsen, zo lang als u ook de externe afbeelding naar dezelfde relatieve locatie verplaatst.
|
Opmerking |
|---|---|
|
Koppelingslagen zijn soortgelijk aan “Slimme objecten” die in sommige andere afbeeldingsbewerkers beschikbaar zijn. |